cc


nu toch al enkele jaren buiten het boek
bloeit het park van mensen
een kind speelt op het fietspad
en ik vraag me af
    of ik hem zou kunnen aanrijden
en hoe dat in zijn gang zou gaan
    het kan waarschijnlijk niet
       er is zoveel licht hier onder dit bladerdak
       het dons dat in de lucht hangt
       dempt ook de aankomst
           van fietsen op een lichaam

Lege plaatsen


In de metro zit ik met mijn handen onder mijn benen voor me uit te staren. Alles om me heen is zo vreemd, zo koud en zo wreed. Ik denk aan hoe leeg het huis zal zijn. Hoe ik daar zal aankomen als een totale vreemde, in dat verlaten huis, dat zal echoën alsof er geen meubels zijn. Dat gevoel dat ik maar al te goed ken, van toen ik jou verloor. De woestijn die ik weer in moet, het gevecht dat me wacht.

Dialogische recensie: Arnon Grunberg – Als ze het over Marokkanen hebben

“En dat is het probleem met Grunbergs 4 mei-voordracht. Zij leunt op een ervaring van de traumatische herontdekking van de geschiedenis die nog bleek te bestaan, die buiten de grenzen van de burgerlijke subjectiviteit aan het rotten en het broeien was. Een geschiedenis die wel bestond, maar waarvoor Grunberg zich niet heeft geïnteresseerd.” In reactie op Benjamin Schoonenberg geeft Pablo Kattenberg de voorzet aan een historisch-materialistische kritiek van Grunbergs 4 mei-voordracht, en de Nederlandse literatuur in het algemeen.

Wat ik niet zeg

Buiten schemert het, binnen ook. Ik knip de lichten aan, ruim het aanrecht af en twijfel of ik het stuk kaas dat er ligt opeet. Ik spoel de koffievlekken van een kopje en veeg de gootsteen weer droog. Moeder is thuis. Ze ligt op de bank. Wat zijn de dagen lang, er komt geen einde aan, zucht ze. Ik kijk op de kalender, vanavond heeft ze er nog een shift op staan. Ik leg een proper uniform voor haar klaar, strijk met een snelle beweging de plooien glad. Ze wil vragen hoe mijn dag was maar vindt de woorden niet. Ik knik, meer valt er niet te zeggen.