Over Lucebert III

Jessie de Geus reageert op Andrew Ricca en Tommy van Avermaete, die haar voorgingen in deze kettingbrief over Lucebert.

 

Beste Andrew, Beste Tommy,

In alle eerlijkheid moet ik bekennen dat ik best op zie tegen het schrijven van deze brief. Jullie gedachtewisseling schijnt mij namelijk al vrij volledig toe. Hoewel ik niet goed weet of ik hier nog iets van waarde aan toe kan voegen, zal ik het met enige voorzichtigheid toch proberen. Het spijt me dat ik hierbij, ondanks Tommy’s poging om van het algemene naar het specifieke te bewegen, toch weer een stap terug in de algemeenheid moet zetten. Ondanks dat ik de taal van Lucebert wel degelijk machtig ben, heb ik mij door allerlei onbenulligheden nog niet in zijn werk kunnen verdiepen.

Tommy, jij vraagt je af hoe de ideologische positie van de schrijver de lezing van zijn werk beïnvloedt. Ik zou me daarin aan willen sluiten bij Andrew, wanneer hij zegt dat een ieder dat voor zichzelf zou moeten bepalen. Een blik werpend op de kranten lijkt dat ook te zijn wat veel mensen de afgelopen weken geprobeerd hebben. Men lijkt zo snel mogelijk voor zichzelfen het liefst ook voor anderente willen bepalen wat er nu eigenlijk gevonden van moet worden. De reacties zijn stellig en snel, en wat me eraan opvalt is de beperkte keuzemogelijkheid die eruit lijkt te spreken. We kunnen Lucebert naar aanleiding van zijn bewondering voor Hitler en zijn antisemitische uitlatingen wegzetten als een ‘halve oorlogsmidadiger’, of we kunnen deze episode zien als een jeugdzonde, een vergissing waarmee hij uiteindelijk niemand echt in gevaar heeft gebracht. Wanneer het om de waardering vóór en de betekenis ván zijn werk gaat, lijken we enerzijds te kunnen kiezen voor een radicaal andere lezing en anderzijds, zoals de meerderheid lijkt te prefereren: een onveranderde visie op zijn werk. Net als jij, Tommy, voel ik er weinig voor om te kiezen voor een van deze extremen.

Wat moeten we nu met Lucebert en zijn werk? Ik denk dat dit zeker een legitieme vraag is, maar niet een waarop ik op dit moment al een uitgekristaliseerd antwoord verwacht. Een al te stellig antwoord vind ik, zoals wel vaker, eerder verdacht dan overtuigend. Dit lijkt me nu juist een vraag die baat heeft bij tijd en de nodige discussie. Ik zou dan ook het formuleren van een antwoord uit willen stellen. Een beter idee is om onszelf de tijd te gunnen om Lucebert ‘weer opnieuw te leren kennen’, en ons opnieuw tot zijn werk te verhouden. In mijn geval zou ik, als leek zijnde, het werk van Lucebert in de toekomst iets anders benaderen dan ik wellicht in het verleden zou hebben gedaan. Als we dat niet doen en ons ingraven in het een of andere kamp, sluiten we ons niet alleen af voor de interessante en lastige vraag over hoe het leven van een auteur zich verhoudt tot zijn werk, maar ook voor de vraag omtrent de gevolgen van mythevorming die rondom een auteur kan ontstaan.

Ik snap jouw neiging Andrew, om de auteur van het werk te willen scheiden, maar ik wil daar niet helemaal in mee gaan. De auteur en zijn werk zijn niet één, en de relatie is ook niet eenduidig, maar ze staan wél met elkaar in verband. Wezenlijke aspecten van de auteur, zijn ervaringen en zijn ideeën, resoneren in zijn werk. Het is dan ook onvermijdelijk dat dit invloed zal hebben op hoe de gedichten van Lucebert in de toekomst gelezen zullen worden. Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat we het werk minder mooi moeten gaan vinden, maar het wordt er wel complexer en gelaagder van. Dat er rondom Lucebert sprake is van mythevorming, waar hij in belangrijke mate zelf aan heeft bijgedragen door zichzelf voor te stellen als de brenger van het licht, is moeilijk te ontkennen. Het is dan ook pijnlijk dat de geëngageerde en bejubelde dichter, wiens werk juist gekant leek te zijn tegen onderdrukking en autoriteit, een overtuigd nazi blijkt te zijn geweest. Dit spreekt ook duidelijk uit de defensieve reacties, bijvoorbeeld die van Thomas Vaessens in Trouw, of die van Mischa de Vreede in de Groene Amsterdammer. Deze reacties laten volgens mij zien waarom de mythevorming problematisch is. Lucebert stond voor veel mensen op een voetstuk, waar hij nu door het openbaar worden van zijn jeugdbrieven vanaf dreigt te vallen. Maar zouden we ons niet in de eerste plaats kunnen afvragen waarom hij eigenlijk op dat voetstuk moet staan? Het lijkt mij interessanter om Lucebert te zien los van die mythe, ‘gewoon’ als mens en daarmee dus als een complexer wezen. Met ditzelfde uitgangspunt kunnen we ook naar zijn werk kijken.

Natuurlijk moeten we het onthulde in zijn context bezien, maar begrijpen is niet hetzelfde als vergoelijken of wegmoffelen. Begrijpen is noodzakelijk om, zoals ik eerder voorstelde, Lucebert en zijn werk ‘opnieuw te leren kennen’. Ewout Kieft en Betram Mourits maken hiertoe een mooie aanzet. Kieft belicht in Buitenhof dat het oorlogsenthousiasme in die tijd zeer innig verweven was met de utopische denkbeelden van het Futurisme en Dada, waar Bertus Swaanswijk, nog vóór hij Lucebert was, al diep van onder de indruk was. Dit maakt ook zijn bewondering voor Hitler minder onbegrijpelijk, aldus Mourits in het NRC: “Hij liet zich meeslepen zoals hij zich altijd wilde laten meeslepen in iets dat groter was dan zichzelf. En te laat realiseerde hij zich waardoor hij zich eigenlijk had laten meeslepen.” Hoewel hij na de oorlog duidelijk een morele omslag heeft gemaakt blijven de invloeden van Dada en het futurisme overduidelijk in zijn werk aanwezig. Net als de fascinatie voor vitaliteit en ‘de natuurlijke mens’. Hij heeft zich na de oorlog herpakt, maar is ook, wellicht uit ijdelheid en schaamte, altijd blijven zwijgen.

Mythevorming rondom een auteur maakt ons blind voor wat we niet willen zien. Het maakt het moeilijk om kritisch te lezen. De neiging die ik in veel reacties proef, om de brieven zonder al te veel moeite van tafel te vegen, illustreert dit. Net als Lucebert zijn wij ook ontvankelijk voor mannen op voetstukken en grootse idealen. Laten we ons hier bewust van zijn. Het is namelijk geen zwakte om de schaduwzijdes van de dingen waar we van houden te kunnen en durven zien. Ze worden er soms zelfs mooier van.

De verzamelde gedichten heb ik inmiddels gekocht, en hoewel ik Lucebert dus niet ‘opnieuw’ hoef te leren kennen, kijk ik nu al uit naar een meer inhoudelijke discussie.

Groet,

Jessie