Bad Moonflower Rising, deel 1: Shakespeare en de bastaardanjer

door: Jan van Eyck De man met de anjelier (1435) -detail
door: Jan van Eyck
De man met de anjelier (1435) – detail

Als bloemkweker lijkt een pact met de duivel onvermijdelijk. Zodra je je laat verleiden om verschillende bloemsoorten met elkaar te kruisen, roep je argwaan op. Ook anno 2015 draagt een kweker al snel het stigma van een moderne Dokter Faust. Sinds de opkomst van genetische modificatie, heerst opnieuw de angst voor botanische misbaksels. Eén bloemplant spant hierin de kroon. Van de tijd van Shakespeare tot nu zorgt de anjer (Dianthus caryophyllales) voor veel ophef. Ondanks de populariteit van deze bloemplant heeft menig tuinman deze botanische bastaard met zijn mestvork verjaagd.

Van symbool voor verzet in Nederland en Portugal, tot nationale bloem van Spanje, tot symbool voor de dood in Mexico: in veel landen kent de anjer een rijke symboliek. In ons land zijn anjers, naast de roos en de chrysant, de belangrijkste snijbloemen. Hun populariteit is onder andere te danken aan de regenboog van kleurschakeringen van hun bloemenkroon. Toch is deze bewonderenswaardige bloem vaak met argusogen bekeken. Ontelbare anjervarianten zouden het kweekproduct zijn van onnatuurlijke kruisingen – zogenaamde botanische bastaarden.

 

Muilezels en muilanjers

De anjer vertoont niet alleen veel variatie, maar is ook bekend onder meerdere aliassen, waaronder de clove, carnation, gillyvors of Sops-in-Wine.i In het Nederlandse taalgebied kennen wij, naast anjer of anjelier, benamingen als nagelbloem en genoffel.ii Wanneer de eerste bastaardanjers bij de bloemist verkrijgbaar waren, weet niemand. Wel is bekend dat in de tijd van William Shakespeare (1564-1616) er al legio verschillende anjers bekend zijn in Engeland.iii Zoveel zelfs, dat een bekende botanicus, John Gerard (1542-1612), schrijft dat een dik boek onvoldoende zou zijn om elke variant te beschrijven. En elk jaar bracht elke windstreek en elk land fonkelnieuwe, onbekende variaties voort die nog niet eerder waren beschreven.iv v

 

De oorsprong van deze waaier aan variatie was destijds onbekend. Shakespeares tijdgenoten wisten dat hybridisatie zorgt voor nieuwe tussenvormen, zoals de muilezel (paard – ezel / Equus caballus x assinus) en de lijger (leeuw – tijger / Panthera leo x tigris), maar planthybridisatie was onbekend terrein. Die hybridisatievorm vereist namelijk kennis van de bloemetjes en de bijtjes, en dan met name van de bloemetjes. Tegenwoordig is bekend dat bloemplanten vaak vrouwelijke (stampers) en mannelijke (meeldraden) geslachtsorganen dragen, die beide voortplantingscellen maken (eitjes en stuifmeel). Deze zorgen via kruisbestuiving voor nakomelingen. Maar tot zo’n drie eeuwen terug was het seksleven van planten een lege bladzijde in het biologieboek.

 

De credits voor de ontdekking van voortplanting in het plantenrijk gaan naar de Engelse dokter en hobbymicroscopist Nehemiah Grew (1641-1712).vi Hij neemt voor het eerst de vegetatieve voortplanting onder de loep. Toen de seksualiteit van planten gemeengoed werd onder botanici, was het niet lang wachten op de eerste beschrijving van planthybridisatie. De botanicus Thomas Fairchild (1667-1729) kruist in 1719 een anjer (Dianthus caryophyllales) met een duizendschoon (Dianthus barbatus) om zogenaamde muilanjers te kweken: de Dianthus barbatus × caryophyllus. Of de credits inderdaad toekomen aan deze twee heren is echter niet geheel zonder tegenspraak: er is een merkwaardige passage uit een toneelstuk van William Shakespeare die anders doet vermoeden.vii Het lijkt erop dat het seksleven van planten en het proces van hybridisatie al veel eerder bekend waren…

 

Een plantenparodie

Enter: de gemengde anjer – streak’d gillyvors. Deze bloem behoort tot de dramatis personæ in William Shakespeares postuum gepubliceerde tragikomedie The Winter’s Tale (1623).viii In dit toneelstuk doet hij op dichterlijke wijze het seksleven van de anjer uit de doeken. In zijn wintervertelling dicht Shakespeare over de jaloerse koning Leontes van Sicilië. Bij een bezoek van diens jeugdvriend, Polyxenes, de koning van Bohemen, verdenkt Leontes zijn vrouw, koningin Hermoine, van overspel. Leontes beraamt een moord op Polyxenes, maar die weet tijdig te ontsnappen. Zijn vrouw moet daarentegen ondanks haar onschuld haar dagen slijten in de kerker. Zij hoopt dat Leontes tot inkeer komt als zij bevalt van hun kind. In plaats daarvan denkt Leontes dat het gaat om een bastaardkind. Blind van jaloezie laat hij het kind te vondeling leggen. Als een herder het kind vindt, besluit hij haar op te voeden als zijn eigen kind.

Nu voert Shakespeare Vadertje Tijd op en springt zestien jaar vooruit in de tijd. De zoon en erfgenaam van Polyxenes, prins Florizell, is inmiddels smoorverliefd op de herdersdochter Perdita.ix Enigszins bezorgd besluit Polyxenes in vermomming de herder te bezoeken om te zien wat zijn zoon uitvreet. Aangekomen bij de herders cottage in Bohemen raakt de vermomde Polyxenes in gesprek met Perdita over horticultuur en de verdiensten van anjers. Ik citeer een fragment uit de vierde acte:

 

“Perdita: Leeft de zomer nog en is de winter nog niet in aantocht, dan zijn de mooiste bloemen van het seizoen onze anjers en gestreepte duizendschonen: bloemen die sommigen bastaarden van de natuur noemen. Van die soort is onze rustieke tuin vrij gebleven en ik geef niets om stekjes van deze plant.

Polyxenes: Lief meisje, waarom keur jij die bloemen af?

Perdita: Ik heb van horen zeggen, dat er een kunst zit achter hun bonte kleuren, die lijkt op de kunst van de grote scheppende natuur.

Polyxenes: En stel nou dat er zo’n kunst is, toch is er geen manier om de natuur te verbeteren, die zij niet zelf heeft voortgebracht; de kunst dus, die natuur verandert, wordt zelf weer beheerst door een kunst die de natuur voortbrengt.

Je ziet soms zelfs dat wij een zachte telg huwen [enten] aan de wildste stam, of dat het hout van een mindere soort ons vruchten geeft via nieuwe edele knoppen. Zie, dit is een kunst die de natuur verbetert — of liever verandert – maar toch is die kunst zelf natuur.

Perdita: Zo is het.

Polyxenes: Versier dan je tuin met een overvloed aan anjers en noem ze geen bastaarden.”x

 

De anjer is dan al eeuwenlang een ware favoriet in de Engelse tuin. Maar niet in Perdita’s tuin! Hoewel zij erkent dat gevlekte en gestipte anjers de prachtigste bloemen zijn van de midzomer, kan zij de bloemen niet aanbieden aan haar gasten. Deze bloem gaat in tegen haar fatsoensnormen.

 

Aan de oppervlakte lijkt het in deze scène te gaan om een meningsverschil over de morele bezwaren tegen de kruising van anjers. Maar er is meer gaande. De anjer weerspiegelt een belangrijke oppositie tussen de woorden kunst en natuur. In haar spijtbetuiging benadrukt Perdita waarom haar bloementuin vol natuurlijke bloemsoorten verschoond dient te blijven van deze bastaarden. Perdita ziet het kruisen van bloemsoorten als een onnatuurlijke kunstgreep en als een perverse imitatie van de scheppende natuur.xi

 

Naast het kruisen van bloemsoorten, wijst koning Polyxenes de herdersdochter op een tweede kunstmatige kweekmethode: enten. Bij enten wordt een loot van een plant (de ent) vastgemaakt op een deel van een andere plant (de onderstam). Hierdoor kan een plant zich vegetatief vermeerderen via een andere soort.xii Enten is een veel gebruikte methode in de fruitteelt.xiii
Polyxenes zegt dat het kruisen of enten van bloemplanten geen kunst is die zich keert tegen de natuur. Hij neemt aanstoot aan feit dat Perdita spreekt van natuurlijke bastaarden. Hoe zou dat mogelijk zijn? Er is volgens hem geen onderscheid tussen kunst en natuur. De natuur heeft zelf deze twee kweekmethoden aangereikt. Hoewel deze kunst de natuur verandert, is zij niet geopponeerd aan de natuur, maar juist een zoveelste voortbrengsel van de natuur. Een opvallende uitspraak in een tijd waarin de kennis, voor zover wij weten, nog onontdekt was.

 

Botanical innuendo

Shakespeare speelt hier met de dubbele betekenis van het woord hybride. In het Latijn slaat het woord hybrida niet alleen op de kruising van een wild zwijn en een getemd varken, maar betreft het ook een scheldwoord voor mensen met een gemengde afkomst.xiv De zogenaamde kunsten van enten en hybridisatie zijn dus illustratief voor de relatie tussen de personen in Shakespeares wintervertelling.

 

Er schuilt een dramatische ironie in de standpunten van Polyxenes en de verstoten koningsdochter.xv Polyxenes betoogt dat het niet tegennatuurlijk is om een plant van een edele afkomst te huwen (enten) met een plant van lage afkomst, om zich vervolgens uit te spreken tegen de relatie van zijn zoon en de herderin.xvi Perdita betoogt op haar beurt dat zij geen bastaardanjers toelaat in haar tuin, maar de bastaardanjer blijkt ook één groot innuendo, een knipoog naar het publiek. In werkelijkheid is Perdita zelf een streak’d gillyvors: bij haar geboorte is koning Leontes ervan overtuigd dat zij de bastaard is van Polyxenes en zijn vrouw. Later blijkt zij het oneigenlijke kind van een herdersgezin en zijn haar ouders in werkelijkheid de koning en koningin van Sicilië.

 

Wie denkt dat de (plant)denkbeelden uit Shakespeare achterhaald zijn, nodig ik graag uit mee te kijken naar het verhitte debat rond het Nederlandse kweekbedrijf Florigene en zijn ontwikkeling van de blauwe anjers (Dianthus caryophyllus): Moondust™ en Moonshadow™. In deel twee van dit opstel (nog te verschijnen) lees je hoe deze blauwe bloemen ertoe leiden dat Shakespeares woorden ver voorbij zijn graf in Stratford-upon-Avon reiken en in 2009 zelfs hun weg vinden naar onze Tweede Kamer.

 

Noten:

i Kerr, Shakespeare’s Flowers, p. 6

ii Zowel genoffel als gillyvors zijn verbasteringen van het Frans girofle, dat kruidnagel betekent (wat weer een vertaling is van het Latijnse caryophyllon). Deze associatie dankt de anjer aan karakteristieke geur die zweemt naar kruidnagels. Door dit aroma is de bloem een bekend ingrediënt voor parfums.

iii De Bray, Fantastic Garlands, p. 88: “In medieval times there were hundreds of varieties of Carnations now forever lost to us; they were different in shape and some of the charming and evocative names of yesterday were the Orange Tawny, Gillyflower, the Gray Hulo, the Red Hulo, the Blue Hulo and the Striped Savage. Parkinson separated the Gillyflowers from the Carnations in his lists, and among his favourites were The Lustie Gallant, Ruffling Robin, the Pale Pageant, the Sad Pageant, Master Bradshawe his Dainty Lady, and Master Tuggie his Princess.”

iv Gerard geciteerd in: Ellacombe, The Plant-Lore and Garden-Craft of Shakespeare, p. 47: “A great and large volume would not suffice to write of every one at large in particular, considering how infinite they are, and how every yeare, very clymate and countrey, bringeth forth new sorts, and such as have not heretofore bin written of.”

v In 1702 catalogiseert de botanicus John Ray maar liefst 360 verschillende cultuurvormen (cultivars). (Bron: Praeger, Did Shakespeare know plant hybrids? The Journal of Heredity (1932), p. 161)

vi Verwijzing naar Dust in the wind

vii Kingsbury, Hybrid: The History and Science of Plant Breeding, pp. 75-7 & Praeger, Did Shakespeare know plant hybrids? The Journal of Heredity (1932), pp. 161-2

viii Na zijn terugkeer uit Londen vestigde hij zich in zijn geboorteplaats Stratford-upon-Avon. Hij begint zich bezig te houden met de teelt en verzorging van planten. (Bron: Kerr, Shakespeare’s Flowers, p. 7

ix Italiaans voor verlies

x Deze vertaling is een bewerking van de vertaling van L.A.J. Burgersdijk, De Werken van William Shakespeare Vol. X

xi Deze kunstmatige bloemen krijgen geen plek tussen de natuurlijke soorten in haar tuin. De botanische bastaarden verhullen hun natuurlijke afkomst, zoals het dragen van make-up om een partner te versieren verhult hoe je er in werkelijkheid uitziet, aldus de ietwat preutse Perdita.

Perdita:

I’ll not put

The dibble in earth to set one slip of them;

No more than were I painted I would wish

This youth should say ‘twere well and only therefore

Desire to breed by me.

xii Speculatief verband tussen enten en anjer hybriden: Andere verzekeren dat wanneer een lootje of scheutje van anjers geënt wordt op een wortel van cichorei en zestig cm onder de aarde dat er blauwe anjers van komen, andere dat een scheutje van witte anjers die in de wortel van pissebed of paardenbloem gestoken wordt gele anjers voort brengen zal. Dan wij hebben geen van beide noch niet te zien kunnen komen. (Bron: volkoomen)

xiii Vruchtbomen worden bijna altijd geënt op een onderstam van een gastheer van een verwante soort. Maar ook ornamentele planten, zoals rozen, zijn vaak geënt op een onderstam.

xiv Ook is het woord mogelijk etymologisch verwant aan het Griekse woord hybris, dat trost of schande tegen de natuur betekent. (Bron: Kingsbury, Hybrid: The History and Science of Plant Breeding, p. 75

xv Scott, Shakespeare’s Nature: From Cultivation to Culture, p. 181

xvi Dit wordt nog ironischer doordat Polyxenes zich in geseksualiseerde termen uitlaat over enten. Termen zoals marry, mean (Middel Engels voor geslachtsgemeenschap of koppeling) staan niet bekend als synoniemen voor enten (bron: Scott, Shakespeare’s Nature: From Cultivation to Culture, p. 179). Hetzelfde geldt voor Perdita die ten aanzien van mogelijke partners spreekt van Desire to breed by me.